Hoe meet je de stroefheid van bestrating?

Ontdek hoe je de stroefheid van bestrating meet, zoals met de pendelwaarde, en hoe je de resultaten interpreteert voor een veilige tuin of oprit.

Of je nu een terras aanlegt of een oprit vernieuwt, de stroefheid van de bestrating is cruciaal voor de veiligheid, zeker bij nat weer. Een glad oppervlak kan leiden tot uitglijden, met alle gevolgen van dien. Maar hoe weet je of een bepaalde tegel of klinker voldoende grip biedt? In dit artikel leggen we uit welke meetmethoden er zijn, zoals de pendelwaarde, en hoe je de resultaten zelf kunt interpreteren.

Het meten van stroefheid klinkt misschien technisch, maar het is goed te begrijpen. We bespreken de meest gebruikte methoden, wat de uitkomsten betekenen en waar je op moet letten bij de aankoop van bestrating. Zo kun je een weloverwogen keuze maken en voorkom je ongelukken.

Waarom stroefheid van bestrating belangrijk is

Stroefheid – ook wel slipweerstand genoemd – bepaalt hoeveel grip een oppervlak biedt. Bij bestrating is dit extra belangrijk omdat het buiten ligt en dus te maken heeft met regen, bladeren, en soms zelfs ijs. Een gladde tegel kan levensgevaarlijk zijn, vooral op plekken waar veel gelopen wordt, zoals een tuinpad of bij de voordeur.

Daarnaast speelt stroefheid een rol bij de toegankelijkheid. Mensen met een rollator of rolstoel hebben baat bij voldoende grip. Ook voor kinderen die spelen is een stroef oppervlak veiliger. Het is dus niet alleen een kwestie van comfort, maar ook van aansprakelijkheid: als jij als eigenaar een gevaarlijke situatie creëert, kun je aansprakelijk worden gesteld bij een valpartij.

De meest gebruikte meetmethoden

Er zijn verschillende manieren om stroefheid te meten. De bekendste is de zogenaamde pendelwaarde (PTV – Pendulum Test Value). Bij deze methode gebruikt men een apparaat met een rubberen schoen die over het oppervlak zwaait. De wrijving die ontstaat, zorgt voor een waarde op een schaal van 0 tot ongeveer 100. Hoe hoger de waarde, hoe stroever het oppervlak. Een waarde boven de 45 wordt in de praktijk als veilig beschouwd voor buiten, terwijl onder de 36 als glad wordt gezien.

Een andere methode is de ruwheidstest, die de microstructuur van het oppervlak meet. Hoe ruwer het oppervlak, hoe meer grip. Dit resultaat wordt vaak uitgedrukt in micrometers (µm). Denk aan een gemiddelde ruwheid van 0,6 tot 1,0 mm voor een goede stroefheid. Daarnaast bestaat er de schuinstandtest, die vooral in het lab wordt gebruikt, maar die is minder geschikt voor praktijkmetingen.

Voor consumenten is het lastig om zelf een pendelapparaat aan te schaffen, maar je kunt wel eenvoudige tests doen. Bijvoorbeeld door een muntje schuin op het oppervlak te leggen en te kijken of het blijft liggen. Of door met een natte schoen te gaan staan en te voelen of je grip hebt. Dit zijn echter geen officiële metingen, maar geven wel een indicatie.

Hoe interpreteer je de resultaten?

Als je resultaten van een meting krijgt, is het belangrijk om te weten wat deze betekenen. Een pendelwaarde van boven de 65 is uitstekend, 45 tot 65 is goed, 36 tot 45 is matig, en onder de 36 is onvoldoende. Let op: deze grenzen kunnen verschillen per toepassing. Voor een oprit waar auto's rijden, kan een iets lagere waarde acceptabel zijn dan voor een looppad.

Daarnaast moet je rekening houden met de omgeving. Een bestrating die in de schaduw ligt en vaak vochtig blijft, heeft een hogere stroefheid nodig dan een zonnig terras. Ook het type bestrating speelt een rol: betonklinkers zijn vaak stroever dan natuursteen, maar natuursteen kan met een structuur (zoals geflamd of gebouchardeerd) ook voldoende grip bieden.

Het is verstandig om bij de aankoop van bestrating te vragen naar de stroefheidswaarden. Veel leveranciers kunnen deze gegevens verstrekken. Zo niet, dan kun je een hovenier of een specialist vragen om een meting uit te voeren. Dit kost vaak tussen de 100 en 300 euro, afhankelijk van het aantal metingen en de oppervlakte.

In het kort

Veelgestelde vragen

Wat is een pendelwaarde?

De pendelwaarde (PTV) is een maat voor de stroefheid van een oppervlak, gemeten met een pendelapparaat. Waarden boven 45 worden als veilig beschouwd voor buiten.

Hoe kan ik zelf de stroefheid testen?

Je kunt een eenvoudige test doen door een muntje schuin op het oppervlak te leggen of met een natte schoen te gaan staan. Dit is echter geen officiële meting.

Welke bestrating is het stroefst?

Over het algemeen zijn betonklinkers en tegels met een structuur (bijvoorbeeld geflamd) stroever dan gladde natuursteen. Maar de stroefheid hangt af van de specifieke afwerking.

Wat kost een professionele stroefheidsmeting?

Een meting door een specialist kost vaak tussen de 100 en 300 euro, afhankelijk van het aantal metingen en de grootte van het oppervlak.

Kan ik de stroefheid later verbeteren?

Ja, je kunt bijvoorbeeld een antislipbehandeling laten aanbrengen of kiezen voor een coating. Dit kan de stroefheid vergroten, maar het is beter om bij aankoop al op de waarde te letten.

Conclusie

Het meten van de stroefheid van bestrating is een belangrijk onderdeel van een veilige buitenruimte. Door te weten welke methoden er zijn, zoals de pendelwaarde, en door de resultaten goed te interpreteren, kun je weloverwogen keuzes maken. Vraag bij leveranciers naar de stroefheidswaarden, overweeg een professionele meting bij twijfel, en onderhoud je bestrating goed om de grip te behouden. Zo voorkom je uitglijden en creëer je een veilige omgeving voor iedereen.

Bestrating laten leggen?

Vergelijk rustig en vraag vrijblijvend offertes aan via Bestratingskosten.

Bereken je bestratingskosten →

Verder lezen over kosten en prijzen

Lees ook: Wat is anti-slip bestrating en hoe werkt het? · Anti-slip bestrating: welke materialen scoren het best? · Waarom wordt mijn terras glad bij regen? · Hoe maak je gladde bestrating ruwer? · Anti-slip coating voor bestrating: werkt het? · Wat kost het om bestrating anti-slip te maken?meer over veiligheid en anti-slip

Bestratingskosten is een onafhankelijke gids en verkoopt zelf niets. Prijzen zijn indicaties.

Alle rubrieken

Meer uit de kennisbank

In jouw gemeente